Niederdeutsche Sprichwörter der Fürstenthümer Göttingen und Grubenhagen, Band 2

Cover
Georg Schambach
Vandenhoeck und Ruprecht, 1863 - 190 Seiten
0 Rezensionen
 

Was andere dazu sagen - Rezension schreiben

Es wurden keine Rezensionen gefunden.

Ausgewählte Seiten

Andere Ausgaben - Alle anzeigen

Häufige Begriffe und Wortgruppen

Beliebte Passagen

Seite 122 - Donee eris felix multos numerabis amicos: Tempora si fuerint nubila, solus eris.
Seite 5 - Sed, scilicet, ultima semper Exspectanda dies homini, dicique beatus Ante obitum nemo supremaque funera debet.
Seite 13 - De vrouw kan met den boezelaar meer uit het huis dragen , dan de man er met den hooiwagen kan inrijden. BOKZRM. Den dood in den boezem dragen. 13 Die een vreemd kind aan zijne borst neemt, vindt eene adder in zijnen boezem. (Zie ADDER.) Een geleerd man draagt zijn
Seite 29 - Men brengt wel ligt een paard (of: een' os) te water ; maar dwing het (hem) eens, om te zuipen ! ( Zie os.) Men kan niet alleen leven van water en wijn.
Seite 73 - Met den hoed in de hand, komt men door het gansche land.
Seite 190 - Kinderen zijn een zegen des Heeren; Maar zij houden de noppen van de kleêren.
Seite 132 - Die maar een ongeluk zal hebben, kan ligt op den rüg vallen en breken de neue. c) Die maar een ongeluk zal hebben, kan den neus wel in zijn bed breken. d) Hij is geboren op Sint Galperts nacht, drie dagen voor 't geluk. e) Ongelukken zijn kwaade kansen, al zou men zuijn duim naar in het bed breken niet vlooijen knippen.
Seite 74 - II, 3h. 3441; (5tdjn>alb 9ir. 773: Mit grote Herren is nich got Kassebeern eten, se spijet een de Steene in de Ogen; ferner bei ginnen.
Seite 116 - Wanneer de kat weg is, dan dansen de muizen op de tafel.
Seite 157 - De wind steit med den swînen up un geit med den swînen to bedde : Sîer SBinb fte^t mit ben @d)Weinen auf unb gefyt mit ben Schweinen ^u SSette.

Bibliografische Informationen